Wat we nu lezen…
De novelle Al te luide eenzaamheid van de Tsjechische schrijver Bohumil Hrabal is het verhaal van Hanta die al vijfendertig jaar in een Praagse kelder oud papier plet. Uit al dat papier dat dagelijks over hem wordt uitgestort, redt hij mooie boeken, gedachten en reproducties. Een aantal boeken, hij bewaart boeken boven zijn bed, geeft hij soms weg en af en toe stopt hij een opengeslagen boek in een nieuwe baal die hij moet persen, als een parel in een oester. Als hij op een dag te horen krijgt dat zijn werk zal worden overgenomen door jonge werkers met een hydraulische pers, maakt hij zijn laatste kunstwerk: een baal met zichzelf in het midden, zijn eigen hart als ultieme parel.
“Al te luide eenzaamheid” wordt tussen 1972 en 1976 geschreven. Het verschijnt eerst ondergronds. Pas nadat Hrabal zich bukt voor de machthebbers kan er een officiële, gekuiste versie verschijnen. De Nederlandse vertaling is gebaseerd op de ondergrondse versie. Dat geeft iets extra’ s aan het verhaal dat zich grotendeels in het “ondergrondse” afspeelt. In een recensie las ik dat Bohumil Hrabal in het Tsjechisch iets als “de godgevallige grabbelaar” betekent. Dat is een mooi beeld voor iemand die “Al te luide eenzaamheid” heeft geschreven. Hij sterft op 3 februari 1997 door een val van de vijfde verdieping van het ziekenhuis. Was hij dronken, sprong hij zelf, of was het een ongeluk?
(Met dank aan de zustersite boekgrrls.nl)
Aucun commentaire:
Enregistrer un commentaire